Hoogbegaafdheid

De Leo-afdeling richt zich specifiek op het hoogbegaafde kind. Dat betekent dat een duidelijke definitie of richtlijn om deze groep te omschrijven erg belangrijk is. De definitie van hoogbegaafdheid zoals Tessa Kieboom deze omschreven heeft sluit het beste aan bij het onderwijs en de visie van de Leo-afdeling. Kieboom (2019) omschrijft hoogbegaafdheid vanuit het zijns- en het denkluik.

Het zijnsluik omvat de persoonlijkheidskenmerken van hoogbegaafde kinderen; denk hierbij aan de hoge gevoeligheid, de lat hoog leggen, een groot kritisch denkvermogen en een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Deze persoonlijkheidskenmerken kunnen ervoor zorgen dat een kind de wereld op een andere manier bekijkt en zich anders voelt. Aan de andere kant staat het denkluik. Vanuit hier wordt een hoge intelligentie (TIQ 130 of hoger), een groot creatief denkvermogen en een hoge motivatie voor het leren gezien. Wanneer hier in het onderwijs geen ruimte voor is kunnen er motivatie-, psychische-, gedragsmatige- en/of lichamelijke problemen ontstaan.

Kieboom en Venderikx (2019) stellen dat hoogbegaafde leerlingen hulp nodig hebben bij een elftal mogelijke blessures (embodio’s) waar ze tegenaan kunnen lopen waardoor ze hun talenten niet altijd om kunnen zetten in prestaties.

Deze kijk op hoogbegaafdheid betekent dat we in het onderwijs een belangrijke taak hebben om aandacht te hebben voor zowel het bieden van cognitieve uitdaging als de persoonlijkheidsontwikkeling van een kind, maar ook voor het voorkomen van de mogelijke blessures.

Voor de Leo-afdeling hebben we deze taak omschreven vanuit drie uitgangspunten, te weten:

1. Passend onderwijs voor hoogbegaafde kinderen.
2. Het kind staat centraal.
3. Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor elk kind, ouder en leerkracht.

Het LEO-team